Doorheen de bekende geschiedenis zijn de periodes waarin de staat de controle over de geldemissie uitoefende altijd synoniem geweest met een tijdperk van welvaart, vrede, culturele verrijking, volledige werkgelegenheid en nul-inflatie. Wanneer daarentegen particuliere bankiers de controle over de geldcreatie aan zich trekken, zijn de onvermijdelijke gevolgen terugkerende cycli van armoede en welvaart, werkloosheid, endemische inflatie en een gigantisch, steeds groter wordend proces van overdracht van rijkdom en politieke macht naar de handen van deze kleine kliek, die dit uitbuitende monetaire systeem controleert.